menu Steun ons
Eszter
Eszter  Mijn verhaal Ik heb 2 abortussen in een jaar gehad.  
Steun de slachtoffers

Themarapportages kinderen en nationaliteiten

Onlangs heeft CoMensha een tweetal themarapportages gepubliceerd: ‘Kinderen van slachtoffers van mensenhandel 1 januari 2014 tot en met 30 juni 2016’ en ‘Nationaliteiten van slachtoffers van mensenhandel 1984 tot en met 2015’. Download hier het rapport: Kinderen van slachtoffers van mensenhandel januari 2014 t/m juni 2016

Conclusie/ samenvatting rapportage kinderen:

In de periode van januari 2014 t/m juni 2016 zijn in totaal 377 ouders bij CoMensha aangemeld. Zij vormen circa 11% van alle aangemelde slachtoffers. Samen hebben zij in ieder geval 560 kinderen. Dit komt uit op ca 1,5 kinderen per ouder. Deze kinderen verblijven meestal bij hun ouder(s) in Nederland of zonder hun ouder(s) in het land van herkomst. Een kleiner aantal verblijft elders in Nederland (en dus niet bij de aangemelde ouder). Meer dan de helft van de kinderen waarvan het geboortejaar bekend is, heeft een leeftijd van onder de 8 jaar.
Van de 377 ouders hebben er, voor zover gemeld bij CoMensha, in totaal 85 ouders in een opvang gewoond. Deze ouders hebben samen 123 kinderen. Dit komt uit op ca 1,4 kinderen per ouder. De ouder(s) die in de opvang verbleven hebben meestal een andere nationaliteit dan de Nederlandse. Relatief veel van hun kinderen zijn jong; meer dan de helft van de kinderen is jonger dan 5 jaar en bijna een derde deel is een baby.
Het aantal kinderen dat een ouder heeft die slachtoffer van mensenhandel is geworden, mag dus aanzienlijk genoemd worden. Meer aandacht en verder onderzoek naar deze kinderen en hun ouders lijkt daarom gelegitimeerd. Daarbij kunnen de diverse aspecten die het ouderschap in relatie tot mensenhandel met zich meebrengt in aanmerking genomen worden.


Download hier het rapport: Nationaliteiten van slachtoffers van mensenhandel 1984 t/m 2015.

Conclusie/ samenvatting rapportage nationaliteiten:
Gedurende de afgelopen 32 jaar zijn er verschuivingen geweest in de nationaliteiten van (mogelijke) slachtoffers die bij CoMensha (voorheen Stichting tegen Vrouwenhandel) zijn aangemeld.
In de beginjaren van CoMensha bestond het grootste deel van de aanmeldingen uit slachtoffers uit Azië en Noord-Amerika; vanaf 1992 wijzigt dit naar slachtoffers met een Europese nationaliteit. Begin jaren ’90 neemt het aandeel Noord-Amerikaanse slachtoffers sterk af; het aandeel Aziatische slachtoffers blijft onder de 25% schommelen. Vanaf 1996 neemt het aandeel aangemelde slachtoffers met een Afrikaanse nationaliteit toe. Het aandeel van slachtoffers met deze nationaliteit neemt vanaf 1998 t/m 2014 de tweede positie in, op nummer één staan slachtoffers met een Europese nationaliteit.
Waarom bepaalde nationaliteiten meer of minder bij CoMensha worden aangemeld, is niet in de rapportage onderzocht. De algemene push- en pullfactoren, zoals armoede en gebrek aan werkgelegenheid zullen zeer waarschijnlijk een rol spelen, maar er kan ook gedacht worden aan oorlogssituaties, verandering in wetgeving waardoor het onveiliger wordt voor bepaalde mensen om in hun land te blijven en/of het bestaan van aantrekkelijke reisroutes.
Beter inzicht in de redenen van mensen om hun land te verlaten en naar Nederland te gaan, biedt meer aangrijpingspunten om tot geschikte preventieve maatregelen te komen waarmee slachtofferschap van mensenhandel voorkomen kan worden. Nader onderzoek naar de push- en pullfactoren specifiek voor Nederland, wordt door ons aangeraden. CoMensha levert met deze rapportage daar een bijdrage aan.



Klik hier om terug te gaan naar de Eindejaarsnieuwsbrief 2016-4