menu Steun ons
Kaleb
Kaleb  Mijn verhaal Ik heb nog steeds geen identiteitsbewijs.  
Steun de slachtoffers
Nieuws donderdag 20 jul 2017

Blog van Prof. Conny Rijken - De dubbele last van slachtoffers van seksuele uitbuiting

Mensenhandel. CoMensha maakte melding van bijna 300 vrouwelijke (mogelijke) slachtoffers van seksuele uitbuiting in Nederland in de eerste helft van 2016. Het grootste deel van hen is Nederlands maar vrouwen zijn ook afkomstig uit landen in Oost-Europa en West-Afrika. Elke casus staat voor een situatie waarin een persoon wordt gebruikt voor financieel gewin en de mogelijkheid ontbreekt om zelf te beslissen wat er met hun lichaam gebeurt. Allerlei vormen van dwang voorkomen dat het slachtoffer kan ontsnappen aan deze situatie.

Dat mensenhandel een verwoestend effect heeft op de psychische gezondheid van slachtoffers is duidelijk. Maar de precieze impact is afhankelijk van verschillende factoren zoals de duur van de uitbuiting, de dwangmiddelen die zijn ingezet (bijvoorbeeld loverboytactieken, fysiek geweld of voodoo praktijken) en de veerkracht van het slachtoffer. Er is nog weinig onderzoek gedaan naar dit onderwerp. Voor het bieden van de juiste zorg aan slachtoffers is meer kennis en dus meer onderzoek over de specifieke psychische gevolgen van mensenhandel noodzakelijk.

Naast de directe psychische gevolgen van mensenhandel, staat een slachtoffer een ingrijpend strafrechtelijk (en soms ook verblijfsrechtelijk) traject te wachten. Gedurende het herstelproces vormt het wel of niet doen van aangifte een belangrijke keuze waarmee het slachtoffer wordt geconfronteerd. Waar een strafzaak enerzijds het gevoel van genoegdoening, rechtvaardigheid en erkenning kan opleveren, kan het anderzijds veel van slachtoffers vergen. Zóveel dat sommige slachtoffers besluiten om geen aangifte te doen of achteraf zeggen: als ik dit had geweten, had ik nooit aangifte gedaan.

In een gesprek met een zorgcoördinator werd deze spanning benoemd. Bij een vermoeden van mensenhandel licht de zorgcoördinator slachtoffers in over de strafrechtelijke procedure: hoe is de gang van zaken van aangifte tot een eventuele strafzaak en wat kunnen de vrouwen in elke fase verwachten? Tegelijkertijd is daar de realiteit van de strafzaak: een langdurig traject waarin slachtoffers meerdere malen ten overstaande van anderen in detail hun verhaal moeten doen. De zorgcoördinator ziet vrouwen volkomen gesloopt terugkomen van een zitting. De ervaring van de zorg-coördinator is dan ook dat van de Nederlandse vrouwen slechts de helft van wie vermoed wordt dat ze uitgebuit zijn een informatief gesprek aangaat met de politie. Van hen doet slechts een deel ook daadwerkelijk aangifte. In het strafrechtelijk traject zijn houding en interventies van politie en justitie, inclusief rechters, cruciaal. Niet alleen voor het verkrijgen van informatie die bruikbaar is voor de strafprocedure maar ook voor het welbevinden van slachtoffers. Specifiek onderzoek naar de effecten van houding en interventies van politie, justitie en andere overheidsambtenaren op het welbevinden van slachtoffers mensenhandel is schaars maar nodig om interventies zo te kunnen aanpassen dat deze niet leiden tot verdere psychische schade.

Voor slachtoffers van buiten de Europese Unie is aangifte of medewerking met politie en justitie meestal voorwaarde voor het toegekend krijgen van een (tijdelijk) verblijfsrecht. Eenmaal aangifte gedaan ontstaat er slechts een tijdelijk verblijfsrecht voor de duur van het strafrechtelijk onderzoek en komt het tijdelijk verblijfsrecht te vervallen bij beëindiging van de strafprocedure. Wel zijn er dan mogelijkheden voor verlenging van het verblijf maar deze zijn beperkt en worden niet vaak toegekend. Naast de gevolgen van mensenhandel en de belasting van aangifte, speelt voor deze groep de dreiging van het teruggestuurd worden naar het land van herkomst.

Dit kan beter. Ten eerste, hebben slachtoffers recht op de best mogelijke zorg. Om dit aan te kunnen bieden dienen de psychische gevolgen van mensenhandel nauwkeuriger in kaart te worden gebracht. Ten tweede, verdienen slachtoffers ondersteuning bij de gevolgen die een situatie van mensenhandel en de vervolging daarvan teweeg brengt: het identificatieproces van het slachtoffer, de bescherming, verblijfsregelingen en een eventuele strafzaak. Er wordt al jaren gesproken over een slachtoffergerichte benadering, waarin de wensen en behoeften van het slachtoffer (en niet enkel de vervolging van de dader) centraal staat. In de praktijk lijkt deze balans tussen een strafrechtelijk belang en het slachtofferbelang door te slaan in naar het strafrechtelijk belang. Het wordt tijd om de balans te herstellen en de praktijk te voorzien van bruikbare handvatten voor alle partijen die op enig moment in aanraking komen met slachtoffers van mensenhandel.

De Europese Commissie erkent dit belang en heeft een consortium van universiteiten en hulpverleningsinstanties in Nederland en Spanje een subsidie verstrekt om onderzoek te doen naar enerzijds de gevolgen van mensenhandel voor het psychisch welbevinden van slachtoffers mensenhandel en anderzijds naar de gevolgen van houding en interventies van politie, justitie en andere ambtenaren op het psychisch welbevinden van slachtoffers mensenhandel. De voorbereidingen zijn in volle gang en na de zomer zullen interviews met West-Afrikaanse, Oost-Europese en Nederlandse slachtoffers plaatsvinden alsook met diverse stakeholders in de zorg, justitie en politie. In Nederland werken Fier (Bess Doornbos en Floortje Kunseler) en de Universiteit van Tilburg (Conny Rijken en Kim Lens) samen aan dit project. Zij hopen een bijdrage te leveren aan het verbeteren van zowel de psychische zorg van slachtoffers als de ondersteuning tijdens de verblijfs- en strafrechtelijke procedures die op een situatie van mensenhandel volgen.

Voor meer informatie over dit project kijk op http://www.phit.ub.edu/en/ of mail naar onderzoek[at]fier.nl of een van de onderzoekers.

Prof. dr. Conny Rijken
Bess Doornbos, MA
Dr. Floortje Kunseler
Dr. Kim Lens